Artus Quellinus (I)

Three Nereids, Part of a Model for the East Tympanum of the Amsterdam Town Hall (now Royal Palace) at Dam Square

Amsterdam, c. 1650 - c. 1653

Footnotes

  • 1 The town hall account books list only one entry of a modelled frontespies (frontispiece), for the amount of 600 guilders. By then (1652/53) this model was tsedert lange in diverse partyen betaelt (since long in various instalments paid). It is unclear if this concerns the east or west tympanum. The east tympanum was carved in marble in 1657. SAA, archive 5039 (Thesaurie Ordinaris), inv. no. 624, no. 11. See H. Vreeken, ‘Quellinus’ boetseersels voor het zeventiende-eeuwse stadhuis op de Dam’, in M. Jonker et al., In beeld gebracht: Beeldhouwkunst uit de collectie van het Amsterdams Historisch Museum, coll. cat. Amsterdam 1995, pp. 38-59, esp. p. 45.
  • 2 K. Fremantle, ‘The Fountains Designed for Van Campen’s Amsterdam Town Hall and Quellien’s Models for Them’, Album discipulorum aangeboden aan J.G. van Gelder ter gelegenheid van zijn 60ste verjaardag (Utrechtse Kunsthistorische Studiën 7), Utrecht 1963, pp. 101-18, esp. p. 104 (note 15): dewijl zijn werk lootse nu affgebroken wordt dat haer Edele [burgemeesters] sullen laten affhalen de modellen vande beelden die hij ten behoeve dezer Stede gemaeckt heeft (while his workshop is being closed, that her Noble [burgomasters] shall have the models of the sculptures that he made on behalf of this City collected). See also H.J. Wiggers, ‘De stad Amsterdam en haar vroegste beeldencollectie’, in M. Jonker et al., In beeld gebracht: Beeldhouwkunst uit de collectie van het Amsterdams Historisch Museum, coll. cat. Amsterdam 1995, pp. 60-75, esp. p. 62 (referring to A.W. Kroon, Het Amsterdamsche stadhuis (thans Paleis), 1625-1700: Zijne geschiedenis naar onuitgegeven officiële bronnen bewerkt, Amsterdam 1867, p. 138).
  • 3 H.J. Wiggers, ‘De stad Amsterdam en haar vroegste beeldencollectie’, in M. Jonker et al., In beeld gebracht: Beeldhouwkunst uit de collectie van het Amsterdams Historisch Museum, coll. cat. Amsterdam 1995, pp. 60-75, esp. pp. 62-64. The models were initially kept in the Thesaurie Ordinaris (Treasury) of the town hall. Around 1700, most were moved to the art cabinet in the kunstkamer (art chamber) on the third floor, see Wegwyzer door Amsterdam, Amsterdam (Nicolaas ten Hoorn) 1713, p. 446. From 1768 on, the task of overseeing the models’ preservation was assigned to the Stadstekenacademie (City Drawing Academy), also located in the aforementioned kunstkamer. In 1769, academy director Cornelis Ploos van Amstel compiled an inventory of all sculptures in the art chamber. This inventory also included Quellinus’s models, see SAA, archive H. 86.003 (Library), Cornelis Ploos van Amstel, Notitie van Boetseersels en Pleisterbeelden enz bewaard wordende op de kunstkamer van het stadhuijs der stad Amsterdam (January 1769). From November 1796 to April 1806, the Stadstekenacademie was obliged to (temporarily) vacate the town hall art chamber on the orders of the French occupier. During this period, it is not known where the models were stored, though presumably they remained in the town hall, albeit without oversight. In April 1806, the models were moved to the rariteitenkamer (curiosity chamber), also called the Diplomatieke Bibliotheek (Diplomatic Library).
  • 4 An undated list compiled before 1806 (1802/03?) cites 14 Stuks Boedseersels uit het Frontespice van t Stadhuis (14 Modelled Pieces from the Frontispiece of the Town Hall), without any further description; see M. Jonker et al., In beeld gebracht: Beeldhouwkunst uit de collectie van het Amsterdams Historisch Museum, coll. cat. Amsterdam 1995, no. 72, referring to SAA, archive 265 (Stadstekenacademie), inv. no. 54, no. yy.
  • 5 The collection was moved in 1808, when Louis Napoleon took up residence in the town hall. H.J. Wiggers, ‘De stad Amsterdam en haar vroegste beeldencollectie’, in M. Jonker et al., In beeld gebracht: Beeldhouwkunst uit de collectie van het Amsterdams Historisch Museum, coll. cat. Amsterdam 1995, pp. 60-75, esp. pp. 67-68. See also SAA, archive 265 (Stadstekenacademie), inv. nos. 1-4 and 6-54.
  • 6 H.J. Wiggers, ‘De stad Amsterdam en haar vroegste beeldencollectie’, in M. Jonker et al., In beeld gebracht: Beeldhouwkunst uit de collectie van het Amsterdams Historisch Museum, coll. cat. Amsterdam 1995, pp. 60-75, esp. p. 70, referring to SAA, archive 265 (Stadstekenacademie), inv. no. 4 (minutes of 1818-1821).
  • 7 H.J. Wiggers, ‘De stad Amsterdam en haar vroegste beeldencollectie’, in M. Jonker et al., In beeld gebracht: Beeldhouwkunst uit de collectie van het Amsterdams Historisch Museum, coll. cat. Amsterdam 1995, pp. 60-75, esp. pp. 70-71. See also SAA, archive PA 681 (Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten), inv. no. 7.
  • 8 H.J. Wiggers, ‘De stad Amsterdam en haar vroegste beeldencollectie’, in M. Jonker et al., In beeld gebracht: Beeldhouwkunst uit de collectie van het Amsterdams Historisch Museum, coll. cat. Amsterdam 1995, pp. 60-75, esp.  p. 72. See also SAA, archive H. 86.003 (Library).
  • 9 See SAA, archive H. 86.002 (Library).
  • 10 P. Vlaardingerbroek, Het paleis van de Republiek, Zwolle 2011, pp. 21-22.
  • 11 P. Vlaardingerbroek, Het paleis van de Republiek, Zwolle 2011, p. 36.
  • 12 K. Fremantle and W. Halsema-Kubes, Beelden Kijken: De kunst van Quellien in het Paleis op de Dam/Focus on Sculpture: Quellien’s Art in the Palace on the Dam, exh. cat. Amsterdam (Royal Palace) 1977, p. 9; F. Scholten, Artus Quellinus: Sculptor of Amsterdam, Amsterdam 2010, p. 15.
  • 13 K. Fremantle and W. Halsema-Kubes, Beelden Kijken: De kunst van Quellien in het Paleis op de Dam/Focus on Sculpture: Quellien’s Art in the Palace on the Dam, exh. cat. Amsterdam (Royal Palace) 1977, p. 16.
  • 14 P. Vlaardingerbroek, Het paleis van de Republiek, Zwolle 2011, p. 68.
  • 15 F. Scholten, Artus Quellinus: Sculptor of Amsterdam, Amsterdam 2010, p. 14.
  • 16 P. Vlaardingerbroek, Het paleis van de Republiek, Zwolle 2011, p. 68.
  • 17 Prior to travelling to Italy around 1635, Quellinus had already produced work for Stadholder Frederik Hendrik, see K. Fremantle, The Baroque Town Hall of Amsterdam, Utrecht 1959, pp. 133-34. Upon returning to Antwerp in 1639, his career took off. One important commission he received, just prior to moving to Amsterdam, was a monumental tomb for Count Engelbert van Immerzeel and Helena van Montmorency (Bokhoven, Sint-Antonius Abtkerk), see F. Scholten, Artus Quellinus: Sculptor of Amsterdam, Amsterdam 2010, pp. 9-10.
  • 18 K. Fremantle, The Baroque Town Hall of Amsterdam, Utrecht 1959, p. 147.
  • 19 Joachim von Sandrart, Teutsche Academie der edlen Bau- Bild- und Mahlerey-Künste (ed. C. Klemm), Nördlingen 1994 (original ed. Frankfurt 1675-79), p. 351; K. Fremantle, The Baroque Town Hall of Amsterdam, Utrecht 1959, p. 148. See also C. Theuerkauff, ‘Enkele kanttekeningen bij Artus Quellinus en de ‘antiche Academien’, Bulletin van het Rijksmuseum 50 (2002), pp. 308-19, esp. p. 310.
  • 20 F. Scholten, Artus Quellinus: Sculptor of Amsterdam, Amsterdam 2010, p. 12.
  • 21 H. Vreeken, ‘Quellinus’ boetseersels voor het zeventiende-eeuwse stadhuis op de Dam’, in M. Jonker et al., In beeld gebracht: Beeldhouwkunst uit de collectie van het Amsterdams Historisch Museum, coll. cat. Amsterdam 1995, pp. 38-59, esp. pp. 40-41.
  • 22 H. Vreeken, ‘Quellinus’ boetseersels voor het zeventiende-eeuwse stadhuis op de Dam’, in M. Jonker et al., In beeld gebracht: Beeldhouwkunst uit de collectie van het Amsterdams Historisch Museum, coll. cat. Amsterdam 1995, pp. 38-59, esp. pp. 42-43.
  • 23 H. Vreeken, ‘Quellinus’ boetseersels voor het zeventiende-eeuwse stadhuis op de Dam’, in M. Jonker et al., In beeld gebracht: Beeldhouwkunst uit de collectie van het Amsterdams Historisch Museum, coll. cat. Amsterdam 1995, pp. 38-59, esp. p. 44.
  • 24 Leeuwenberg erroneously speaks of Najaden (river nymphs), J. Leeuwenberg with the assistance of W. Halsema-Kubes, Beeldhouwkunst in het Rijksmuseum, coll. cat. Amsterdam 1973, pp. 209-10.
  • 25 A.W. Kroon, Het Amsterdamsche stadhuis (thans Paleis), 1625-1700: Zijne geschiedenis naar onuitgegeven officiële bronnen bewerkt, Amsterdam 1867, p. 138.
  • 26 H. Vreeken, ‘Quellinus’ boetseersels voor het zeventiende-eeuwse stadhuis op de Dam’, in M. Jonker et al., In beeld gebracht: Beeldhouwkunst uit de collectie van het Amsterdams Historisch Museum, coll. cat. Amsterdam 1995, pp. 38-59, esp. p. 45.
  • 27 SAA, archive 5039 (Thesaurie Ordinaris), inv. no. 624, no. 11. See H. Vreeken, ‘Quellinus’ boetseersels voor het zeventiende-eeuwse stadhuis op de Dam’, in M. Jonker et al., In beeld gebracht: Beeldhouwkunst uit de collectie van het Amsterdams Historisch Museum, coll. cat. Amsterdam 1995, pp. 38-59, esp. p. 45.
  • 28 H. Vreeken, ‘Quellinus’ boetseersels voor het zeventiende-eeuwse stadhuis op de Dam’, in M. Jonker et al., In beeld gebracht: Beeldhouwkunst uit de collectie van het Amsterdams Historisch Museum, coll. cat. Amsterdam 1995, pp. 38-59, esp. p. 45.
  • 29 H. Vreeken, ‘Quellinus’ boetseersels voor het zeventiende-eeuwse stadhuis op de Dam’, in M. Jonker et al., In beeld gebracht: Beeldhouwkunst uit de collectie van het Amsterdams Historisch Museum, coll. cat. Amsterdam 1995, pp. 38-59, esp. fig. 60.
  • 30 Cf. also the fate of the complete model for the west tympanum BK-AM-51-3, purchased in 1882 from the architect T. Bureau in Ghent, who had acquired it at the sale of the Ghent collection Benoni-Verhelst in May 1859. In his turn, Benoni-Verhelst is said to have purchased the model some fifty years earlier in the Netherlands, see M. Jonker et al., In beeld gebracht: Beeldhouwkunst uit de collectie van het Amsterdams Historisch Museum, coll. cat. Amsterdam 1995, no. 82.
  • 31 H.J. Wiggers, ‘De stad Amsterdam en haar vroegste beeldencollectie’, in M. Jonker et al., In beeld gebracht: Beeldhouwkunst uit de collectie van het Amsterdams Historisch Museum, coll. cat. Amsterdam 1995, pp. 60-75, esp. p. 67.